ordliste Latvisk - Dutch

latviešu valoda - Nederlands, Vlaams

krāsots på nederlandsk:

1. geschilderd geschilderd


Waarom hebben jullie de bank rood geschilderd?
Hij heeft zijn fiets rood geschilderd.
De kamer wordt door hem geschilderd.
Ik weet niet wie dit schilderij heeft geschilderd.
Waarom heeft u de bank rood geschilderd?
We hebben het huis groen geschilderd.
Weet u wie dit schilderij heeft geschilderd?